Ontslag op staande voet

Ontslag op staande voet

Ontslag op staande voet, aanvechten, eisen

Begin dit jaar werd een vrouwelijke kantinemedewerker van Detailresult Productie Personeel (DRP) ontslagen op staande voet voor het stelen van een pakje Optimel. De vrouw was het hier niet mee eens en stapte naar de kantonrechter. Echter werd de vrouw door de kantonrechter in het ongelijk gesteld. Met deze beslissing werd haar ontslag op staande voet gerechtvaardigd.

Er zijn verschillende redenen voor ontslag op staande voet, echter blijkt uit onderzoek dat diefstal de voornaamste reden is dat werkgevers hun werknemer ontslaan op staande voet. De vraag is natuurlijk alleen: wanneer kan een werkgever zijn werknemer op staande voet ontslaan?

Dringende reden

Ontslag op staande voet wordt ook wel eens ontslag met dringende reden genoemd. Een werkgever mag een werknemer alleen ontslaan als hier een dringende, maar ook een geldige reden voor is. Redenen om een werknemer te ontslaan op staande voet zijn bijvoorbeeld diefstal, fraude en werkweigering. Als een werknemer ontslagen wordt op staande voet dan wordt de arbeidsovereenkomst per direct geëindigd.

Niet alleen moet het ontslag een dringende reden hebben, maar ook moet deze dringende reden direct worden meegedeeld aan de werknemer. De werknemer heeft het recht om te weten waarom hij wordt ontslagen op staande voet. Zo weet de werknemer waar hij aan toe is.

Voor de werkgever is het belangrijk dat de reden van het ontslag goed geformuleerd is, deze kan later namelijk niet meer worden aangepast of worden aangevuld.

Het ontslag moet volgens de wet onverwijld gegeven zijn. Hiermee bedoelt de wet dat het ontslag direct na het bewuste incident of de verwijtbare gedraging moet plaatsvinden. Het is dus niet mogelijk om te wachten om iemand te ontslaan. Wel is het mogelijk om eerst grondig onderzoek te doen en naar aanleiding hiervan iemand te ontslaan op staande voet.

Voor ontslag op staande voet is geen toestemming nodig bij het UWV of bij de kantonrechter. Ook de opzegtermijnen hoeven niet in acht genomen te worden. Tevens hoeft de werkgever geen loon meer door te betalen aan de ontslagen werknemer en ook heeft de werknemer geen recht op een WW-uitkering. Ontslag op staande voet heeft dus enorme gevolgen voor de werknemer.

Maatstaven van de rechter bij ontslag op staande voet

De rechter kijkt niet alleen naar de gebeurtenis, maar ook naar de situatie eromheen. Zo kijkt de rechter eerst naar de eisen van de dringende redenen. Daarnaast zal de rechter ook kijken naar het beleid van de werkgever.

Het kan namelijk zo zijn dat bij de ene werknemer iets door de vingers wordt gezien terwijl dit juist bij een andere werknemer niet door de vingers wordt gezien. Dus bij een bouwbedrijf waar wel vaker grijze zaken plaatsvinden, waarop door de werkgever geen actie wordt ondernomen, wordt anders gekeken dan bij een bedrijf waar elke grijze actie wordt bestraft. Ook vraagt de rechter zich af of het beleid bij alle werknemers bekend is en of het beleid streng wordt nageleefd. Dit zijn allemaal omstandigheden waarbij de rechter rekening moet houden bij het maken van een beslissing.

Het stelen van een pakje Optimel kan in sommige ogen gezien worden als oneerlijk, maar per situatie kan dit verschillend zijn. Zo had deze vrouw al eens een waarschuwing gekregen over het naar huis meenemen van onbetaalde producten. Tevens hanteert het bedrijf waarbij deze vrouw is ontslagen een strenge regeling over het meenemen van producten die nog niet betaald zijn en was de vrouw hiervan op de hoogte.

Ook kijkt de rechter naar de persoonlijke situatie van iemand. Een vrouw die al 17 jaar lang werkte in een supermarkt was op staande voet ontslagen nadat ze een hap had genomen uit een donut. Ook deze vrouw had al eerder waarschuwingen gehad. Echter vindt de kantonrechter in deze zaak dat er geen dringende reden is en dat het ontslag op staande voet in haar situatie een te grote impact heeft op haar privéleven. Zo zou de vrouw na 17 jaar lang in dienst te zijn geweest niet meer voor zichzelf kunnen zorgen, omdat haar inkomsten dan plotsklaps nihil zouden zijn.

Schadevergoeding van de werknemer

Een werknemer heeft een verplichting tegenover de werkgever als hij is ontslagen op staande voet. Deze verplichting bestaat uit een schadevergoeding. Er bestaan twee soorten schadevergoedingen waaruit een werkgever kan kiezen: gefixeerde schadevergoeding en volledige schadevergoeding.

Gefixeerde schadevergoeding is een vergoeding die de werkgever mag claimen ongeacht de hoeveelheid van de werkelijk geleden schade. De gefixeerde schadevergoeding is gelijk aan het bedrag dat eigenlijk betaald had moeten worden tot de van toepassing zijnde opzegtermijn. Een voorbeeld:

Een werknemer wordt op staande voet ontslagen op grond van diefstal. Volgens de arbeidsovereenkomst van deze werknemer zou er een opzegtermijn zijn van een maand. De werknemer is nu schadeplichtig geworden. De werkgever kan nu een bruto maandsalaris als gefixeerde schadevergoeding van de werknemer claimen.

De volledige schadevergoeding is de daadwerkelijke schade die is geleden doordat de werknemer is ontslagen op staande voet. Schade bij werknemers kan bijvoorbeeld zijn ontstaan door het inhuren van vervangend personeel, maar het kunnen ook advocaatkosten, imagoschade en schade als gevolg van het mislopen van omzet zijn. Uiteraard kan een schadepost ook het geldbedrag zijn dat is ontvreemd uit een kassa van de Albert Heijn door een medewerker.

Conclusie

Bij ontslag op staande voet moet er worden voldaan aan bepaalde eisen. Zo moet er sprake zijn van een dringende reden en moet deze reden direct worden meegedeeld aan de ontslagen werknemer. Voor de werkgever is het belangrijk dat het ontslag goed is geformuleerd. Ook is het belangrijk dat er niet een paar dagen wordt gewacht met het geven van ontslag, maar dat dit gelijk wordt gegeven.

Werknemers kunnen om de kleinste dingen ontslagen worden, zoals de al eerder genoemde vrouw die een pakje Optimel had gestolen. Dit kan echter wel per situatie verschillen en daarom is het goed als de werknemer altijd even nakijkt of aan alle eisen zijn voldaan.

Mocht u nog vragen hebben over de beperking van het ontslag op staande voet of wilt u advies hieromtrent, neem dan gerust contact met ons op.

Beperking wettelijke gemeenschap van goederen

beperking wettelijke gemeenschap van goederen

Nieuwe wet beperking wettelijke gemeenschap van goederen

Op 28 maart 2017 is het wetsvoorstel beperking wettelijke gemeenschap van goederen door de Eerste Kamer aangenomen, maar wat houdt dit in voor u?

Het huidige systeem

Zoals de titel van het wetsvoorstel beperking wettelijke gemeenschap van goederen al beschrijft, wordt de gemeenschap van goederen beperkt. Op dit moment valt bij de gemeenschap van goederen alles wat men voor- en tijdens het huwelijk bezat in de ‘gemeenschappelijke pot’. Voorbeelden hiervan zijn: een erfenis, schenking of een testament.

Ook spaargelden en het inkomen van beide partijen behoren tot de gemeenschappelijke pot, evenals de schulden (voor of tijdens het huwelijk) van partijen.

Als men echter niet in gemeenschap van goederen wil trouwen, worden er voor het huwelijk of tijdens het huwelijk, huwelijkse voorwaarden opgemaakt bij de notaris. Huwelijkse voorwaarden zijn schriftelijke afspraken waarin eigen regels over de verdeling van bezittingen en schulden worden vastgelegd.

Uitzondering op de gemeenschap van goederen

Echter, zijn er wel een paar uitzonderingen op de hoofdregel. Door middel van een uitsluitingsclausule in bijvoorbeeld een testament of bij de schenking kunnen erfenissen en schenkingen niet in de gemeenschap van goederen terecht komen. Pensioen valt ook onder de uitzonderingen op de hoofdregel, maar bij een echtscheiding moet er wel een verdeling van pensioenrechten plaatsvinden (dit wordt ook wel pensioenverevening genoemd). Ook vallen verknochte goederen en schulden, deze zijn op een bijzondere manier verbonden aan iemand, niet onder de gemeenschap van goederen.

Het nieuwe systeem

Met de nieuwe wet trouw je niet meer automatisch in gemeenschap van goederen, maar trouw je in beperkte gemeenschap van goederen. Het uitgangspunt van dit wetsvoorstel is dat alleen hetgeen opgebouwd is door beide echtgenoten binnen de gemeenschap van goederen valt. De bezittingen en schulden die voor het huwelijk zijn verkregen vallen niet meer onder de gemeenschap van goederen.

Erfenissen en giften blijven hierbij privé en blijft bezit van de echtgenoot aan wie dit toebehoort. De wetswijziging ‘beperking wettelijke gemeenschap van goederen’ is alleen van toepassing op gemeenschap van goederen die na de inwerkingtreding van de wetswijziging zijn ontstaan. Voor bestaande gevallen geldt de huidige wetgeving.

Gevolgen na scheiding voor de beperkte gemeenschap van goederen

De nieuwe wet brengt consequenties met zich mee. Bij het scheiden worden er alleen maar goederen verdeeld die tijdens het huwelijk zijn verkregen. Het is dan ook belangrijk dat er bij de verdeling van goederen goed wordt gekeken naar welke goederen voor het huwelijk zijn verkregen en welke goederen tijdens het huwelijk zijn verkregen. Ook is het belangrijk welke schulden zijn opgebouwd voor het huwelijk en welke tijdens het huwelijk.

Indien er niet kan worden bewezen dat een goed of schuld voor het huwelijk is verkregen, wordt dit vermogen geacht tot het gemeenschappelijke vermogen te behoren. De nalatenschappen en schenkingen die een echtgenoot tijdens een huwelijk verkrijgt vallen dan niet meer onder de gemeenschap van goederen.

De bezittingen en schulden die voor het huwelijk zijn gemaakt, blijven bij de desbetreffende persoon. Het is dus van belang om bij te houden welke bezittingen en schulden voor het huwelijk zijn ontstaan en welke gedurende het huwelijk zijn ontstaan.

Conclusie

Kortom, alleen de bezittingen en schulden die tijdens het huwelijk zijn opgebouwd worden ‘gedeeld’. Het blijft echter nog steeds mogelijk om huwelijkse voorwaarden op te maken en iedere gemeenschap van goederen uit te sluiten. Ook kan nog steeds getrouwd worden in gemeenschap van goederen wanneer dit vastgelegd wordt bij de notaris. De nieuwe wet beperking wettelijke gemeenschap van goederen treedt op 1 januari 2018 in werking.

Mocht u nog vragen hebben over de beperking van de wettelijke gemeenschap van goederen of wilt u advies hieromtrent, neem dan gerust contact met ons op.

Ontslagvergoeding delen bij echtscheiding

Ontslagvergoeding delen bij echtscheiding Ontslagvergoeding delen bij echtscheiding

Regelmatig komt de vraag voor of het delen van een ontslagvergoeding bij echtscheiding nodig is. In dit artikel beschrijven we wanneer dit het geval is en wanneer niet.

Ontslagvergoeding delen bij gemeenschap van goederen

In Nederland is de gemeenschap van goederen het wettelijke basisstelsel van het huwelijksvermogensrecht. Bij de gemeenschap van goederen valt alles wat men voor- en tijdens het huwelijk bezat in ‘de gemeenschappelijke pot’. Dus met andere woorden: alles wat de gemeenschappelijke pot binnenkomt, is bezit van beide huwelijkspartners. Voorbeelden hiervan zijn: een erfenis, schenking of een testament. Ook spaargelden en het inkomen van beide partijen behoren tot de huwelijksgemeenschap, evenals de schulden van partijen.

Ook een ontslagvergoeding valt binnen de gemeenschap van goederen, waarbij in beginsel geldt dat de ontslagvergoeding tussen partijen dient te worden verdeeld. Echter indien er sprake is van verknochtheid, gelden er uitzonderingen waarbij de ontslagvergoeding niet tussen partijen dient te worden verdeeld.

Wat is verknochtheid?  

Volgens de vaste rechtspraak houdt verknochtheid in dat er sprake dient te zijn van een duurzaam en persoonlijk verband tussen het goed en één van de echtgenoten. Dit betekent dus dat een deel van het vermogen heel specifiek verbonden is aan een van de huwelijkspartners.

Vaste rechtspraak omtrent de ontslagvergoeding en verknochtheid

Er zijn verschillende uitspraken geweest, waarin men zich afvroeg of de ontslagvergoeding wel of niet dient te worden gedeeld bij echtscheiding. Hieronder zetten we een aantal uitspraken met betrekking tot het delen van de ontslagvergoeding bij echtscheiding uiteen.

Door de rechter wordt er gekeken naar de aanspraken op de ontslagvergoeding vóór en na de ontbinding van het huwelijk. In een arrest van de Hoge Raad is bepaald dat de ontslagvergoeding binnen de gemeenschap van goederen valt, indien er aanspraak op is gemaakt vóór de ontbinding van het huwelijk.

Periodieke uitkeringen 

Indien er periodieke uitkeringen zijn gedaan na de ontbinding van het huwelijk, worden deze gezien als een vervanging van de verdienste. Tevens wordt dit gezien als een aanvulling op het inkomen van een der echtgenoten en is de ontslagvergoeding dus verknocht. De ontslagvergoeding valt dan dus niet binnen de gemeenschap van goederen en uitkeringen na echtscheiding hoeven derhalve niet te worden verdeeld.

Ontslagvergoeding als inkomensaanvulling

Zolang de ontslagvergoeding als inkomensaanvulling fungeert, maakt het niet uit of een werknemer direct, danwel niet direct aanspraak maakt op de ontslagvergoeding. Ook dit heeft de Hoge Raad in een arrest bepaald. Voor een werknemer is het dus van belang dat de bestemming en het doel van de ontslagvergoeding hetzelfde blijft. De vergoeding moet dienst doen als een aanvulling op het inkomen.

Ontslagvergoeding in stamrecht B.V. 

Een andere casus is het storten van de ontslagvergoeding in een stamrecht B.V.. Indien het doel van de storting in de stamrecht B.V. is om de ontslagvergoeding pas op latere leeftijd te gaan gebruiken, bijvoorbeeld indien de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt, dient de ontslagvergoeding te worden verdeeld. Op dat moment valt de ontslagvergoeding namelijk weer in de gemeenschap van goederen. Het gevolg daarvan is dat er verdeling dient plaats te vinden.

Ontslagvergoeding uitgekeerd in contanten

Indien een werknemer de ontslagvergoeding niet op zijn rekening krijgt gestort, maar deze in een keer laat uitkeren in de vorm van contacten, is de ontslagvergoeding niet verknocht. De ontslagvergoeding valt dan dus binnen de gemeenschap van goederen. Dit betekent dat de ontslagvergoeding bij gelijkelijk dient te worden verdeeld. Dit heeft de Hoge Raad in 1996 bepaald en is dus iets om waakzaam voor te zijn.

Conclusie ontslagvergoeding delen bij echtscheiding

Er zijn dus verschillende situaties waarin de ontslagvergoeding bij een echtscheiding wel of niet moet worden gedeeld. Het is goed om dit in de gaten te houden en u vooraf te laten informeren wat de gevolgen zijn van het ontvangen van een ontslagvergoeding, indien u gehuwd bent in gemeenschap van goederen.

Mocht u naar aanleiding van deze blog nog vragen hebben over het delen van een ontslagvergoeding bij echtscheiding, schroom dan niet om contact met ons op te nemen.

Billijke vergoeding

Billijke vergoeding naast transitievergoeding

Vanaf 1 juli 2015 bestaat de billijke vergoeding in het Billijke vergoeding arbeidsrecht. Deze vergoeding bestaat naast de transitievergoeding.

Daar de transitievergoeding vaak niet erg hoog uitvalt, wordt vaak gevraagd of er niet nog een andere hogere vergoeding is die kan worden toegekend. Overigens zien we in onderhandelingen met werkgevers dat we vaak veel hoger uitkomen dan de transitievergoeding.

Billijke vergoeding in uitzonderlijke gevallen

Rechters kunnen een extra vergoeding toekennen naast de transitievergoeding. De billijke vergoeding is echter alleen bedoeld voor uitzonderlijke gevallen.

De wetgever noemde het destijds een muizengaatje. Dus met andere woorden was het de bedoeling dat slechts in zeer uitzonderlijke gevallen deze vergoeding zou worden toegekend.

De gevolgen van het ontslag voor de werknemer en de vraag of het ontslag in het licht van deze gevolgen redelijk is (het gevolgencriterium), worden bij het berekenen van de billijke vergoeding niet meegenomen, deze gevolgen zijn verdisconteerd in de transitievergoeding van artikel 7:673 BW.

De billijke vergoeding staat in relatie tot het verwijtbaar handelen dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tot gevolg heeft. Waar leidt dit toe in de praktijk?

De hoogte van de billijke vergoeding

Het bijzondere van de billijke vergoeding is dat de hoogte van de vergoeding en de manier waarop de billijke vergoeding berekend moet worden, niet in wet zijn vastgelegd.

Het idee hierachter is dat dit door de kantonrechters ingevuld dient te worden. Bovendien was door de wetgever bepaald dat de voornoemde vergoeding niet zou moeten aansluiten bij de kantonrechtersformule.

De regering heeft hier het volgende over geschreven bij de totstandkoming van de wet: “De hoogte van de additionele billijke vergoeding staat – naar haar aard – in relatie tot het ernstig verwijtbare handelen of nalaten van de werkgever (en niet tot de gevolgen van het ontslag voor de werknemer). Gelet op de aard van de additionele vergoeding past het niet om hiervoor criteria op te nemen. Immers, rechters moeten de mogelijkheid behouden om de hoogte van de vergoeding te bepalen op een wijze die en op het niveau dat aansluit bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval. Dit betekent dat criteria als loon en lengte van het dienstverband die nu onderdeel uitmaken van de kantonrechtersformule hierbij geen rol hoeven te spelen.”

De billijke vergoeding in uitspraken is vaak erg laag

Inmiddels, nadat de nieuwe wet meer dan anderhalf jaar geleden is ingetreden, zijn er de nodige uitspraken gedaan.

Wat opvalt is dat de billijke vergoedingen die zijn toegekend zich ergens tussen de
€ 2.000,00 en halve ton bevinden. Bovendien zijn de meeste toegekende billijke vergoedingen lager dan € 10.000,00.

Ook is er geen verband te ontdekken tussen de toegekende transitievergoeding en billijke vergoeding. Soms wordt voor wat betreft de hoogte van de billijke vergoeding aangesloten bij de transitievergoeding, soms is het slechts een fractie van de transitievergoeding en soms bedraagt de billijke vergoeding juist het veelvoudige van de transitievergoeding. Wat daarnaast opvalt, is dat de vergoeding van de transitievergoeding en de billijke vergoeding tezamen lager uitvalt dan de vergoeding onder de kantonrechtersformule waarbij geen van partijen verwijt te maken viel.

Conclusie billijke vergoeding

Dus al met al is slecht werkgeverschap in dit verband minder duur dan voor 1 juli 2015. Daarnaast heeft dus het vragen van een billijke vergoeding lang niet altijd zin en indien deze vergoeding überhaupt wordt toegekend is deze erg laag.

In de praktijk komen de hoogste vergoeding voor na onderhandelen tussen partijen, waarbij zaken worden vastgelegd in de beëindigingsovereenkomst. Vaak is dit dus raadzamer dan een procedure te voeren voor een transitievergoeding en billijke vergoedingen.

Heeft u een beëindigingsovereenkomst overhandigd gekregen of wenst u advies te krijgen hieromtrent en omtrent de vergoeding, schroom dan niet om contact met ons op te nemen.

Fictieve opzegtermijn: waar moet u opletten

Wettelijke opzegtermijn

Beëindigingsovereenkomst met wederzijds goedvinden

 

 

 

 

 

 

 

 

In het arbeidsrecht kan zowel de werknemer als de werkgever de arbeidsovereenkomst opzeggen. Echter moet er bij voortijdige opzegging van de arbeidsovereenkomst rekening worden gehouden met de geldende (wettelijke) opzegtermijnen en de fictieve opzegtermijn. De wettelijke opzegtermijn voor de werkgever is afhankelijk van de duur van de arbeidsovereenkomst en is als volgt:

– korter dan 5 jaar: 1 maand
– 5 jaar of langer, maar korter dan 10 jaar: 2 maanden
– 10 jaar of langer, maar korter dan 15 jaar: 3 maanden
– 15 jaar of langer: 4 maanden

Als de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd door middel van een beëindigingsovereenkomst met wederzijds goedvinden of via de kantonrechter, dan geldt de fictieve opzegtermijn.

Wat is een fictieve opzegtermijn?

De fictieve opzegtermijn is de termijn waarmee het UWV rekening houdt bij het bepalen van de ingangsdatum van een WW-uitkering. Het woord ‘fictief’ zegt het eigenlijk al: het gaat hierbij niet om een echte, maar om een fictieve opzegtermijn.

Als de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wordt opgezegd, vindt er immers geen opzegging plaats. Partijen komen namelijk samen tot de conclusie dat het voor beide partijen het beste is om – in goed gezamenlijk overleg – te komen tot een beëindiging van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Het UWV houdt bij de ingangsdatum van de uitkering echter rekening met de fictieve opzegtermijn. In het onderstaande voorbeeld zal ik uitleggen hoe dat precies in zijn werk gaat.

Voorbeeld fictieve opzegtermijn:

Jan werkt 8,5 jaar bij zijn huidige werkgever. Vanwege een reorganisatie komt zijn functie te vervallen. Op 1 februari 2017 heeft zijn werkgever hem meegedeeld dat zij tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wensen te komen, waarbij de arbeidsovereenkomst per 31 mei 2017 zal worden beëindigd.

In dit geval zal rekening worden gehouden met een termijn van twee maanden, omdat Jan langer dan 5 jaar in dienst is maar korter dan 10 jaar. Wanneer Jan op 1 april 2017 uit dienst gaat en de beëindigingsovereenkomst op 1 februari 2017 is getekend, is er geen rekening gehouden met de termijn van twee maanden. In dat geval zal Jan pas in mei zijn WW-uitkering ontvangen vanuit het UWV, dit vanwege de fictieve opzegtermijn.

Het belang van het in achtnemen van de (fictieve) opzegtermijn

Bij een beëindiging met wederzijds goedvinden is het dus van groot belang dat zowel werkgever als werknemer de geldende wettelijke opzegtermijnen in achtnemen.

Als de geldende wettelijke opzegtermijn niet volledig in acht is genomen, zal eerst het restant van de opzegtermijn moeten worden ‘uitgezeten’. Dit wordt ook wel de wachttermijn genoemd. Tijdens deze wachttermijn ontvangt u geen WW-uitkering. Derhalve is het van zeer groot belang dat de fictieve opzegtermijn goed in de gaten wordt gehouden.

Meer weten over (fictieve) opzegtermijn of het arbeidsrecht?

Als u naar aanleiding van deze blog nog vragen heeft of begeleiding wenst bij het beoordelen van uw beëindigingsovereenkomst op juistheid van de (fictieve) opzegtermijn, kunt u contact met ons opnemen, zodat wij u mogelijk kunnen bijstaan.

bijklussen naast het werk nevenactiviteiten beding

Beding nevenwerkzaamheden

Beding nevenwerkzaamheden in arbeidsovereenkomst

bijklussen naast het werk nevenactiviteiten bedingIn veel arbeidsovereenkomsten is door de werkgever een bepaling opgenomen, dat de werknemer geen betaalde of onbetaalde activiteiten mag verrichten zonder toestemming van de werkgever. Vaak wordt de vraag gesteld of een werknemer zich hieraan ook echt dient te houden, of dat het niet zo serieus genomen hoeft te worden. Het beding moet echter heel serieus worden genomen.

Beding nevenwerkzaamheden tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst

Een verbod op nevenwerkzaamheden geldt alleen gedurende de periode van de arbeidsovereenkomst. Dit is dus heel anders dan bij een relatiebeding of concurrentiebeding; deze hebben betrekking op de periode na het eindigen van de arbeidsovereenkomst (meestal 1-3 jaar).

Een praktisch voorbeeld: in de arbeidsovereenkomst van een timmerman is opgenomen dat hij geen timmerwerkzaamheden mag verrichten voor eigen rekening, tenzij zijn werkgever hiervoor toestemming geeft. Doet de timmerman dit wel, dan is eigenlijk concurrent van zijn eigen werkgever en dat is uiteraard niet de bedoeling. Dus een beding nevenwerkzaamheden heeft in feite dezelfde werking als een concurrentiebeding, maar dan slechts gedurende de periode van het dienstverband.

Afspraken over nevenwerkzaamheden belangrijk?

In de praktijk zien we als arbeidsrecht advocaat vaak dat het belangrijk is afspraken te maken over nevenwerkzaamheden met uw werknemers. Een paar voorbeelden:

  • Een medewerker in de zorg (met wisseldiensten) met een baan in een ziekenhuis; daarnaast werkt hij bij een zorgflat en komt hij erg vermoeid aan op zijn werk in het ziekenhuis. Hierdoor komt zijn functioneren onder druk te staan met een verhoogde kans op ziekmelding;
  • Een medewerker in de bouw die af en toe bijklust bij een concurrent van zijn werkgever. De medewerker beschikt over  informatie en kennis van zijn werkgever die hij gebruikt bij de concurrent. Dit wil de werkgever uiteraard uitsluiten;
  • Ook als er geen enkel risico van concurrentie of verzuim door overbelasting speelt, zou een werkgever er belang bij
    hebben om bepaalde werkzaamheden te verbieden. Het imago kan namelijk worden aangetast of anderszins zou er een
    nadeel kunnen zijn.

Een praktijkvoorbeeld

In de praktijk zien we dat het concurrentiebeding en relatiebeding veel aandacht krijgen. Afspraken over nevenwerkzaamheden worden vaak niet opgenomen, maar zijn in feite net zo belangrijk.

Een voorbeeld in de praktijk is de bijgevoegde uitspraak. De casus is als volgt: een consultant wordt ontslagen door de werkgever wegens het handelen in strijd met het beding nevenwerkzaamheden in zijn arbeidsovereenkomst. De consultant verricht via een eigen bedrijf werkzaamheden en had hiervoor geen toestemming van de werkgever ontvangen.
Het oordeel van de kantonrechter is dan ook dat de arbeidsovereenkomst ontbonden kan worden, juist omdat geen toestemming is gevraagd en verkregen. Door het op een dergelijke wijze indirect verrichten van werkzaamheden voor een concurrent, valt zijn handelwijze onder het bereik van een redelijke uitleg van het nevenactiviteiten beding.

Beding nevenwerkzaamheden altijd nodig

Soms staat er geen beding nevenwerkzaamheden in de arbeidsovereenkomst opgenomen. Toch kan een rechter oordelen dat nevenwerkzaamheden niet zijn toegestaan. Van een werknemer (zoals dat juridisch wordt genoemd een ‘goed werknemer’) mag worden verwacht, dat hij – behalve bij uitdrukkelijke toestemming daartoe van zijn werkgever – geen werkzaamheden gaat verrichten voor een concurrent van zijn werkgever.

Advies is toch opnemen van het beding

Persoonlijk vind ik het raadzaam om dit goed te regelen, zodat het voor alle partijen vooraf duidelijk is. Raadzaam is dus dit in de arbeidsovereenkomst op te nemen en het niet te laten aankomen op de uitleg van een rechter wat van een ‘goed werknemer’ verwacht wordt. Hieraan kan eventueel ook een boetebeding worden gekoppeld, want dan is het duidelijk wat de gevolgen zijn.

Meer weten over een nevenbeding of het arbeidsrecht?

Wilt u naar aanleiding van deze blog meer weten over het arbeidsrecht of hebt u een concrete vraag voor ons advocatenkantoor? Neem dan gerust contact met ons op.

Familierechtszitting: hoe gaat een zitting bij de rechtbank?

advocaat echtscheiding en alimentatie advocaat Barendrecht Rotterdam

Familierechtszitting: hoe gaat een zitting bij de rechtbank?

De rechtszitting is voor velen een spannend onderdeel van de juridische procedure en brengt in het familierecht vaak de nodige emoties met zich mee. Vaak vragen onze cliënten wat zij kunnen verwachten van de rechtszitting en hoe zo’n rechtszitting in zijn werk gaat. Stapsgewijs nemen wij u mee door het proces van een familierechtszitting.

Stap 1: De start van de procedure bij de rechtbank 

Een juridische procedure in familierecht begint altijd door schriftelijk een verzoek in te dienen bij de rechtbank. Dit gebeurt door de verzoekende partij (de partij die iets wil van de rechter). De verwerende partij wordt in de gelegenheid gesteld om een verweerschrift in te dienen. In het familierecht is het alleen toegestaan om via een advocaat te procederen. U mag niet zelf in persoon procederen.

Stap 2: Zittingsdatum 

Nadat alle stukken bij de rechtbank zijn ingediend en ontvangen, bepaalt de rechtbank een zittingsdatum: dit is de datum waarop u bij de rechtbank dient te verschijnen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met dagen waarop u niet kunt. Deze zittingsdatum wordt per brief naar uw advocaat verstuurd.

Stap 3: Nadere stukken indienen

Tot 10 dagen vóór de zittingsdatum mogen er nog nadere stukken worden ingediend. Dit kunnen allerlei stukken zijn om uw zaak hard te maken. Als stukken buiten de 10 dagen termijn worden ingediend, is er geen garantie dat de rechter ze meeneemt. Als het eenvoudig te doorgronden stukken zijn (bijvoorbeeld 1 of 2 A4-tjes), dan worden ze alsnog meegenomen. Dit is niet het geval indien het hele pakken papier betreft. Een paar dagen vóór de rechtszitting nemen wij altijd contact met u op om de laatste dingen door te spreken ter voorbereiding.

Stap 4: Aanwezig zijn bij de rechtbank

Nadat beide partijen de gelegenheid hebben gehad om stukken in te dienen, is het tijd voor de rechtszitting. Wij hebben de gewoonte om een half uur van te voren bij de rechtbank aanwezig te zijn, zodat u met de advocaat nog het een en ander kan doorspreken voorafgaand aan de zitting. Om de rechtbank binnen te kunnen komen, dient u zich te allen tijde te identificeren. Vervolgens gaat u door een poort die kijkt of u specifieke materialen bij zich heeft, dus laat uw schroeven en parfumflesjes thuis. U krijgt bij de portier te horen op welke etage de zitting zal plaatsvinden en de bode zal uw zaak omroepen.

Stap 5: De rechtszitting

In de rechtszaal zult u helemaal voorin de rechter(s) zien zitten, met vlak naast zich de griffier. Daarvoor zijn twee tafels gepositioneerd waar de advocaat en zijn cliënt dienen plaats te nemen. Rechts voor de rechter neemt de verzoeker plaats en links van de rechter de verweerder. Er mag geen publiek op de zitting aanwezig zijn, omdat familierechtszittingen altijd besloten zijn.

Vervolgens zal de rechter het woord nemen en zal de verzoekende partij het woord krijgen om het een en ander toe te lichten. Daarna mag de verwerende partij reageren. Aansluitend zal de rechter ook vragen gaan stellen aan de cliënten, alsmede aan de advocaten. Nadat alle vragen van de rechter zijn beantwoord, is er nog de gelegenheid voor partijen om nog wat te zeggen. Ook de advocaten kunnen dan een verzoek doen om nog wat te mogen toelichten op de zaak. In sommige gevallen wordt er ook geschorst, dat betekent dat u samen met de advocaat op de gang terechtkomt en daar kunt overleggen en eventueel onderhandelen met de andere partij.

Stap 6: De uitspraak

De uitspraak van de rechtszitting vindt niet direct op de zitting plaats. De uitspraak zal door de rechter in een beschikking worden vastgelegd. De beschikking zal een aantal weken later naar de advocaten van partijen worden opgestuurd. Dit is soms 6 weken en soms ook korter. In enkele gevallen wordt deze datum nog verplaatst door de rechtbank vanwege werkdruk of vakanties.

De rol van de cliënt

Zoals u hierboven kunt lezen, lijkt een familierechtszitting een beetje op een informeel gesprek tussen partijen en de rechter(s). U zult de vragen dienen te beantwoorden wanneer de rechter daarnaar vraagt en een zo helder mogelijk antwoord dienen te formuleren, zodat de rechter een goed beeld krijgt van de situatie die speelt. Verder zal de advocaat u altijd zeer goed voorbereiden op de vragen van de rechter en u altijd van te voren inlichten wat u kunt verwachten op de rechtszitting.

Heeft u naar aanleiding van deze blog nog vragen of is iets u niet geheel duidelijk, neem dan gerust contact met ons op.

Scheiding hoe werkt dat en wat zijn de stappen?

Hoe werkt de scheidingsprocedure?

Er bestaat vaak veel onduidelijkheid over de scheidingsprocedure of hoe een echtscheidingsprocedure precies werkt. Het is handig om te weten wat de belangrijkste stappen in de procedure tot scheiding zijn en de doorlooptijd. In dit korte artikel vindt u achtereenvolgens de diverse stappen bij een echtscheiding.

Stap 1: communicatie met uw partner over de voorgenomen scheiding

Het is belangrijk dat u zeker weet dat u wilt scheiden. Immers, als herstel mogelijk is, is er ook een optie om bijvoorbeeld via huwelijkstherapie het huwelijk te herstellen.

Vervolgens is het belangrijk hierover op een goede manier te communiceren met uw partner én (als er kinderen zijn) ook met uw kinderen. Kinderen dienen te beseffen dat het niet aan hen ligt dat u wilt scheiden.

Stap 2: de voorbereiding bij een echtscheiding

Ter voorbereiding is het van belang uit te zoeken of u op basis van huwelijkse voorwaarden bent getrouwd of in gemeenschap van goederen. Als u destijds bij het huwelijk niets geregeld heeft en u bent in Nederland getrouwd, dan bent u automatisch in gemeenschap van goederen getrouwd.

Indien er sprake is van kinderen, dan is het erg belangrijk dat er een ouderschapsplan tot stand komt. Dit is een plan waarin de allerbelangrijkste zaken met betrekking tot de kinderen worden opgenomen. Denk bijvoorbeeld aan waar de kinderen gaan wonen, maar ook aan hoe ziet de omgangsregeling er straks uit. Het is dus goed hier al over na te denken voordat u naar de advocaat gaat. Voor wat betreft de alimentatie geldt dat dit berekend zal worden door de advocaat.

Stap 3: naar de advocaat

Stap 3 is de weg naar een advocaat. Deze legt uit hoe de procedure precies werkt en zal u bijstaan. U kunt zich beiden laten bijstaan door een en dezelfde advocaat of partijen kiezen elk hun eigen advocaat.

Dit laatste is met name raadzaam als u niet meer op goede voet met elkaar leeft. Als u over de meeste dingen wel overeenstemming verwacht te krijgen, kunt u kiezen voor een gezamenlijke advocaat.

Stap 4: correspondentie aan wederpartij omtrent de scheiding

Stap vier, de advocaat zal in de meeste gevallen een brief verzenden aan de wederpartij om te kijken of de belangrijkste dingen met betrekking tot echtscheiding in overleg geregeld en vastgelegd kunnen worden. Is dit het geval, dan kan men kiezen voor een convenant. Een convenant is een contract met de belangrijkste afspraken voor wat betreft de echtscheiding en indien er kinderen zijn een ouderschapsplan.

Stap 5: indienen verzoekschrift tot echtscheiding of scheiding

Het kan ook zijn dat er überhaupt geen contact met de wederpartij plaatsvindt of dat u er samen absoluut niet uitkomt. In dat geval zal een verzoekschrift worden opgesteld. Dit is een processtuk waarbij aan de rechtbank gevraagd wordt om de scheiding uit te spreken. Ook worden zo nodig nog een paar andere zaken gevraagd, bijvoorbeeld: met betrekking tot de kinderen, alimentatie, verdeling van het vermogen of wie de schulden gaat betalen.

Stap 6: verweerschrift

Vervolgens is de wederpartij aan zet en kan deze in verweer gaan tegen hetgeen verzocht is in het verzoekschrift. Dit gebeurt via een verweerschrift, waarin de wederpartij aangeeft waar deze het niet mee eens is. Na indiening van het verzoekschrift, moet de wederpartij  binnen 6 weken verweer aantekenen. Als de wederpartij extra tijd nodig heeft om het verweerschrift in te dienen, zal zij om uitstel moeten verzoeken.

Overigens kunnen hierbij door de andere partij ook tegenverzoeken worden ingediend (zelfstandige verzoeken). Bijvoorbeeld kan als verzocht wordt om een echtscheiding, de wederpartij als tegenverzoek vragen om vaststelling van alimentatie.

Soms gebeurt het ook dat de wederpartij helemaal niets doet. In dat geval wordt de partij die een verzoekschrift heeft ingediend in beginsel in het gelijk gesteld.

Stap 7: zitting

Na verweer door de wederpartij, bepaalt de rechtbank in overleg met partijen een datum voor de mondelinge behandeling bij de rechtbank. Hierbij kunnen partijen hun standpunten mondeling toelichten. Soms komen partijen voorafgaand aan de zitting tot overeenstemming en wordt dat vervolgens vastgelegd door partijen.

In weer andere gevallen besluiten partijen een serie van gesprekken met elkaar in te gaan met behulp van een mediator. Dit met als doel om de communicatie tussen partijen te verbeteren en samen tot oplossingen te komen en deze afspraken vervolgens te laten vastleggen. Onze ervaring is dat er gevallen zijn waarin mediation lukt en ook gevallen waarin het niet lukt.

Stap 8: de uitspraak

Indien partijen niet tot een oplossing zijn gekomen, zal de rechter of nog een zitting inplannen, of als alles al duidelijk is uitspraak doen. Dit vindt meestal 4 weken na de zitting plaats, maar kan ook langer duren. Dit wordt schriftelijk gedaan en partijen hoeven hier dus niet opnieuw voor naar de rechtbank te gaan.

Stap 9: inschrijven bij de gemeente van de scheiding

Aangezien huwelijken bij het tot stand komen worden geregistreerd bij de burgerlijke stand, moet ook de echtscheiding geregistreerd worden bij de burgerlijke stand. Dit dient normaliter binnen 6 maanden te gebeuren. Als dit niet tijdig geschiedt, dienen partijen opnieuw een echtscheidingsprocedure te starten.

Om dit te kunnen doen zijn twee akten van berusting nodig: een van de ene partij en een van de andere partij. Een akte van berusting is een kort document waarin verklaard wordt niet in hoger beroep te gaan. U verklaart dat u het eens bent met de echtscheiding. Indien beide akten aanwezig zijn, dan kan de echtscheiding snel worden ingeschreven bij de gemeente. Ontbreekt een van beide akten, dan kan de echtscheiding pas na 3 maanden worden ingeschreven.

Als de echtscheiding is geregistreerd bij de burgerlijke stand, dan zijn de zaken rond. Het totale proces duurt vaak 6 maanden tot een jaar. Als beide partijen samen tot afspraken komen, dan kan alles in een aantal weken al rond zijn. Hierover kunt u meer informatie vinden bij het artikel over gezamenlijke echtscheiding.
Indien u vragen heeft of begeleiding wenst bij de echtscheiding, kunt u contact met ons opnemen, zodat wij u mogelijk kunnen bijstaan.

Proeftijd bij een arbeidsovereenkomst

proeftijdProeftijd: een proef of het bevalt of niet
Bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst kunnen partijen een proeftijd aangaan. De naam zegt het al, er vindt een proef plaats. Tijdens deze periode kunnen beide partijen (werkgever als werknemer) bekijken of de arbeidsovereenkomst bevalt. Bevalt het, dan wordt de overeenkomst voortgezet. Bevalt het niet, dan kunnen beide partijen zonder opzegtermijn, dus per direct opzeggen.

Lees meer

Huwelijkse voorwaarden

Huwelijkse voorwaarden, hoe werkt dat?

Huwelijkse voorwaardenIn Nederland kan een huwelijk onder twee condities tot
stand worden gebracht. Enerzijds kan men trouwen in gemeenschap van goederen en anderzijds is het mogelijk om af te wijken van het basisstelsel middels het opstellen van huwelijkse voorwaarden. Uit onderzoek blijkt dat 75 procent van de Nederlanders gehuwd is in gemeenschap van goederen. Slechts 25 procent van de Nederlanders is onder huwelijkse voorwaarden gehuwd.

Wat houden huwelijkse voorwaarden in?

De gemeenschap van goederen is het wettelijke basisstelsel van het huwelijksvermogensrecht in Nederland. Dit betekent dat bij het sluiten van een huwelijk of geregistreerd partnerschap automatisch dit wettelijke basisstelsel geldt, tenzij de huwelijkspartners huwelijkse voorwaarden opstellen bij een notaris. Door het opstellen van huwelijkse voorwaarden wordt de gemeenschap van goederen welbewust beperkt of voorkomen. In Nederland valt bij de gemeenschap van goederen alles in een ‘gemeenschappelijke pot’. Alles wat men vóór het huwelijk bezat en wat tijdens het huwelijk de gemeenschappelijke pot binnenkomt (bijvoorbeeld: een erfenis, schenking of testament), valt onder de gemeenschap van goederen en is dus bezit van beide huwelijkspartners. Bij de huwelijkse voorwaarden kunnen huwelijkspartners de vermogensrechtelijke aspecten van hun relatie zelf inrichten en laten vastleggen in een huwelijkscontract. Dit wordt ook wel contractsvrijheid genoemd.

Waarom huwelijkse voorwaarden?

Op dit moment is het zo dat afspraken omtrent partneralimentatie niet vóór het huwelijk mogen worden vastgelegd in de huwelijkse voorwaarden. Dit mag wel tijdens het huwelijk. In het wetsvoorstel ‘Herziening partneralimentatie’ stellen de initiatiefnemers van VVD, D66 en PvdA voor dat dit ook mag tijdens het huwelijk. Het is namelijk zo dat in klassieke huwelijken vaak stilzwijgend de gewoonte groeit dat de vrouw zich meer richt op de zorg en opvoeding van de kinderen, terwijl de man zich richt op de zorg voor inkomen. Door deze stilzwijgende gewoonte niet voor of tijdens het huwelijk te bespreken en dit niet vast te leggen middels huwelijkse voorwaarden, kan dit later bij een scheiding tot zeer grote frustraties tussen de huwelijkspartners leiden. Daarom is het van belang om goed na te denken voordat u in het huwelijksbootje stapt en stil te staan bij de praktische en financiële gevolgen van het soort huwelijk dat u aangaat.

Welke gevolgen hebben huwelijkse voorwaarden bij een echtscheiding?

Er bestaan verschillende soorten huwelijkse voorwaarden. Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen voorkeur en wensen. Twee soorten huwelijkse voorwaarden komen vaak voor:

  1. De koude uitsluiting

Hierbij is er helemaal geen gemeenschap van goederen. De bezittingen van de huwelijkspartners blijven geheel eigen. Er kan een uitzondering worden gemaakt bij de verdeling van het pensioen.

  1. Beperkte gemeenschap

Bij de beperkte gemeenschap wordt er onderscheid gemaakt tussen het gemeenschappelijk deel en het privédeel. De huwelijkspartners kunnen zelf bepalen wat onder het gemeenschappelijk deel valt en wat onder het privédeel.

Bij huwelijkse voorwaarden onder koude uitsluiting wordt vaak een verrekenbeding opgenomen. Dit verrekenbeding zorgt er dan voor dat de niet-vermogende/verdienende partner toch nog enigermate kan worden gecompenseerd.

Er zijn verschillende verrekenbedingen: het periodiek verrekenbeding en het finaal verrekenbeding. Bij een periodiek verrekenbeding wordt er aan het einde van het jaar gekeken hoeveel saldo er op de rekening staat en aan de hand daarvan wordt het vermogen eerlijk verdeeld. Bij een finaal verrekenbeding wordt het gezamenlijke vermogen verdeeld. Hierbij wordt de gemeenschap van goederen als uitgangspunt genomen bij de verdeling van het vermogen. Indien u niet verrekent bij een verrekenbeding, kan het zijn dat bij een echtscheiding moet worden afgerekend als bij een gemeenschap van goederen.

 Voordelen van huwelijkse voorwaarden

Zoals hierboven al is beschreven, houdt het sluiten van een huwelijk onder huwelijkse voorwaarden in dat er nadrukkelijk wordt afgeweken van het wettelijke basisstelsel voor het huwelijksregime in Nederland. Hieronder worden de voordelen van getrouwd zijn onder huwelijkse voorwaarden opgesomd:

  • u kunt zelf uw vermogensrechtelijke situatie inrichten;
  • door de huwelijkse voorwaarden is er bescherming van het vermogen;
  • Tevens kunt u uw eigen situatie beschermen middels de huwelijkse voorwaarden. Een mens kan veranderen, dus kunnen de huwelijkse voorwaarden een uitkomst bieden bij een eventuele echtscheiding. Daarnaast kunt u uw te ontvangen familievermogen beschermen door afspraken in de huwelijkse voorwaarden daarover te maken.

Mocht u nog vragen hebben over de huwelijkse voorwaarden of wilt u advies hieromtrent, neem dan gerust contact met ons op. Het eerste consult is altijd gratis.