Cameratoezicht door werkgevers

Regelmatig wordt ons de vraag gesteld hoe het zit met het filmen van werknemers, of te wel cameratoezicht door werkgevers. In dit artikel gaan we hier op in, aangezien dit niet altijd op een correcte wijze geschiedt.

Voorbeelden over cameratoezicht

In 2013 werd Media Markt door het College bescherming persoonsgegevens onderzocht op het onopgemerkt filmen van personeel tijdens het werk. Na het onderzoek werd geconcludeerd dat dit ook daadwerkelijk het geval was. Media Markt had namelijk geen enkele grondslag voor het gebruik van mystery shoppers met verborgen camera’s, die het personeel filmde in het kader van een training. Ook had zij haar medewerkers niet op de hoogte gebracht. Media Markt moest naar aanleiding van dit onderzoek een beleidslijn opstellen voor het gebruik van camerabeelden.

Ook werd het Transportbedrijf De Rooy door de Autoriteit Persoonsgegevens onderzocht, omdat het bedrijf hun chauffeurs in de vrachtwagencabine filmde tijdens hun ritten. Het bedrijf gebruikte deze camerabeelden om hun chauffeurs aan te spreken op hun rijgedrag. Autoriteit Persoonsgegevens concludeerde na hun onderzoek dat het transportbedrijf in strijd handelde met de wet. Naar aanleiding van het onderzoek is het transportbedrijf gestopt met het maken van digitale opnames van zijn chauffeurs.

Veel werkgevers gebruiken cameratoezicht op het werk om toe te zien op bijvoorbeeld diefstal of beschadiging van eigendommen. Het is namelijk gebleken dat de meeste voorwerpen die verdwijnen worden toegeëigend door werknemers. Echter is het natuurlijk belangrijk dat de privacy van de werknemers hierbij niet geschaad wordt. Daarom moeten werkgevers aan een aantal voorwaarden voldoen voordat ze camera’s mogen ophangen.

Autoriteit Persoonsgegevens

Autoriteit Persoonsgegevens is een zelfstandig bestuursorgaan die toezicht houdt op de naleving van de wettelijke regels voor bescherming van persoonsgegevens.

Als een werkgever gebruik wil maken van digitale opnameapparatuur moet hij dit verplicht melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Onder bepaalde omstandigheden kan de werkgever op grond van de het Vrijstellingsbesluit ontslagen worden van deze verplichting. Dit geldt bijvoorbeeld voor beveiliging van gebouwen, terreinen, zaken, personen of productieprocessen. Echter betekent dit niet dat de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) niet meer van toepassing is. Er is namelijk toch sprake van heimelijk toezicht als de werkgever het personeel niet heeft geïnformeerd of instemming heeft gekregen van de ondernemingsraad.

Voordat de werkgever gebruikt maakt van digitale opnameapparatuur moet er instemming zijn gegeven door de ondernemingsraad. Het kan echter voorkomen dat een bedrijf geen ondernemingsraad heeft. In dit geval is het belangrijk dat er op z’n minst een personeelsvergadering is geweest over het gebruik van digitale opnameapparatuur en of dit in een reglement is opgenomen.

Bij gebruik van digitale opnameapparatuur op de werkvloer moet de werkgever zijn werknemers hiervan op de hoogte stellen. In bijzondere omstandigheden mag er van deze informatieplicht worden afgezien. Dit mag bijvoorbeeld als er een vermoeden is dat de werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal. Er is dan sprake van een concreet vermoeden op onregelmatigheden, dat niet anders kan worden opgehelderd dan door het gebruik van digitale opnames. Achteraf moeten de gefilmde werknemers alsnog op de hoogte worden gesteld.

Criteria voor cameratoezicht

Autoriteit Persoonsgegevens geeft een aantal criteria waaraan het plaatsen van digitale opnameapparatuur aan moet voldoen.

Gerechtvaardigd belang

Zo moet er sprake zijn van gerechtvaardigd belang. Dit houdt in dat het belang om digitale opnameapparatuur te gebruiken groter moet zijn dan het belang van de werknemers. U kunt dan denken aan bijvoorbeeld het tegengaan van diefstal of het beschermen van de werknemers en bezoekers.

Noodzaak cameratoezicht

Niet alleen moet er sprake zijn van een gerechtvaardigd belang, maar ook moet het cameratoezicht noodzakelijk zijn. Dit betekent dat er geen andere mogelijkheid mag bestaan dan het gebruik van cameratoezicht. Tevens moeten er meerdere maatregelen worden genomen dan alleen cameratoezicht, het moet onderdeel zijn van een totaalpakket aan maatregelen.

Privacytoets

De belangen en rechten van werknemers en bezoekers zijn erg belangrijk. Daarom moet er een afweging gemaakt worden tussen de belangen en rechten van werknemers en bezoekers en het belang van de werkgever. Het afwegen van deze belangen is een belangrijk onderdeel van de privacytoets. Vooraf moet de werkgever zijn plannen bespreken met de ondernemingsraad, ook dit hoort bij de privacytoets.
Overigens zal een rechter indien er sprake is van camerabeelden, die op een niet legitieme wijze verkregen zijn hier wel gebruik van maken, blijkt uit de rechtspraak.

Conclusie cameratoezicht door werkgevers

In beginsel mag er door werkgevers geen gebruik worden gemaakt van camera’s. Dit mag alleen als het cameratoezicht gerechtvaardigd is, er geen andere mogelijkheid is die minder ingrijpend is en er een privacytoets is uitgevoerd waarin de belangen van werknemers en bezoekers tegen het belang van de werkgever zijn afgewogen. Verder moet de werkgever de plannen vooraf met de ondernemingsraad besproken hebben of er moet een reglement zijn waarin dit is weergegeven. Ook moet de werkgever het gebruik van digitale opnameapparatuur melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Mocht u nog vragen hebben over cameratoezicht door werkgevers of wilt u advies hieromtrent, neem dan gerust contact met ons op.